hadj

hadj
Hadj

De maanden der bedevaart zijn bekend, dus, wie besluit ter bedevaart te gaan in deze maanden, bedenke, dat er geen onreine taal, noch enige overtreding, noch enige twist gedurende de bedevaart mag zijn. En wat gij ook aan goeds doet, Allah weet het. En rust u uit met het nodige, maar de beste uitrusting is godsvrucht. En vreest Mij alleen, o mensen van begrip.
(Qor'aan 2:197)

De Hadj is de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, die iedere volwassen moslim die daartoe de middelen heeft ten minste eens in zijn leven moet verrichten. De Hadj vindt altijd plaats in het begin van de twaalfde maand van de moslimkalender. De Hadj brengt hem naar de plaats waar Mohammed de Islam heeft gepredikt. Mohammed's 'afscheidsbedevaart' in zijn sterfjaar werd het voorbeeld voor het huidige hadj-ritueel. De relatie met de persoon van Mohammed is voor de moslim een belangrijk aspect van de Hadj. Dit blijkt ondermeer uit het bezoek dat veel pelgrims na afloop brengen aan Mohammed's graf in Medina.

Het hadj-ritueel begint met het aannemen van de ihraam, de gewijde staat van de pelgrim. Dit is verplicht zodra men het heilige gebied rond Mekka betreedt. De pelgrims, die tegenwoordig meestal per vliegtuig arriveren, plegen de ihraam bij aankomst vanaf de vliegtuigtrap aan te nemen. Voor de mannen houdt dat in dat zij gekleed gaan in twee witte ongenaaide doeken, waarvan de ene om de linkerschouder wordt geslagen en de andere om de lendenen. Voor de vrouw geldt slechts dat haar handen en haar gezicht onbedekt moeten blijven. Tijdens de ihraam moet de moehrim (of moehrima, hij of zij die in gewijde staat verkeert) zich van seksueel verkeer onthouden. Verder is het scheren en knippen van haar en nagels en ook het kammen niet toegestaan.

Onmiddellijk na aankomst in Mekka wordt een bezoek aan de Ka'bah gebracht, waaromheen het plein van de grote moskee ligt. Beginnend bij de zwarte steen die in de oosthoek van de Ka'bah is ingemetseld en die de pelgrim zo mogelijk kust of aanraakt gaat hij rechtsom en maakt vervolgens tegen de wijzers van de klok in een zevenvoudige omgang rond de Ka'bah. Daarna verricht hij de loop tussen de met de grote moskee verbonden heilige plaatsen Safa en Marwa, eveneens zevenmaal. Dit gebeurt ter herinnering aan Hagar, die hier radeloos rondliep met haar zoontje Ismaël op zoek naar water en dit uiteindelijk vond in de bron Zamzam. Nadat de pelgrims een preek van de Qadi of rechter van Mekka hebben bijgewoond, begeven zij zich naar de dertig kilometer ten oosten van Mekka gelegen vlakte van Arafat, de berg waar aan Mohammed de Koran werd geopenbaard. Daar brengen zij in tenten de nacht door.

Daarna begeeft men zich in een massale wedloop in westelijke richting naar Moezdalifa, waar men de nacht doorbrengt, opnieuw gevolgd door een wedren, nu naar Mina, op acht kilometer ten oosten van Mekka, waar men rond zonsopgang moet aankomen. Hier gooit iedere pelgrim zeven steentjes op een steenhoop. Dit wordt gezien als navolging van Abraham, die hier de satan zou hebben verdreven toen deze hem wilde verleiden zijn zoon niet te offeren. Hierna, op de tiende dag van de pelgrimage naar Mekka, vindt het offeren plaats van een schaap of ander vee. Dit offer is niet verplicht. Het vlees is grotendeels voor de armen bestemd. Nadat men zich vervolgens het hoofd heeft laten scheren (bij vrouwen wordt slechts symbolisch een lok afgeknipt) is de Hadj ten einde.

De waarde die aan de Hadj wordt gehecht is groot. Hij die in een afgelegen dorp als enige de Hadj heeft verricht, geldt voortaan als een autoriteit op het gebied van het geloof. Vooral vroeger was de reis naar Mekka op zichzelf al een prestatie door de ontberingen en gevaren die ermee verbonden waren. Al is reizen tegenwoordig gemakkelijker geworden, het verblijf in Mekka met een à twee miljoen pelgrims tegelijk is nog steeds geen onverdeeld genoegen, vooral als het heet is. Ondanks de massale deelname is zo'n 98% van de moslims buiten Arabië door de relatief hoge kosten die eraan verbonden zijn, nooit in de gelegenheid de Hadj te verrichten. Voor de moslims die thuisblijven, is de eigenlijke feestdag het offerfeest, ook wel 'het grote feest (ied al-adha)' genoemd. Op deze dag vindt na zonsopgang in de moskee een feestgebed plaats. Daarna wordt in ieder gezin zo mogelijk een schaap geslacht. Van het vlees geeft men een deel weg aan de armen.

Daarin zijn duidelijke tekenen: het is de plaats van Ibrahim en wie het binnengaat is in vrede. En de bedevaart naar het Huis is door Allah aan de mensen opgelegd die er een weg naartoe kunnen vinden. En wie niet gelooft, Allah is voorzeker Onafhankelijk van alle werelden.
(Qor'aan 3:97)

# Gepost op dinsdag 29 mei 2007, 12u11

Er is niets liever dat ik wens

Er is niets liever dat ik wens
Er is niets liever dat ik wens


Allah geef mij de kracht om te veranderen in een beter mens,
Allah er is niks dat ik liever wens.

Allah geef me de kracht een oprechte moslim te zijn,
Allah dat ben ik nu niet en dat doet pijn.

Allah leidt mij tot het goede,
Allah ik vraag U mij van het kwade te behoeden.

Allah vergeef mij, want als U mij niet vergeeft ben ik verloren,
Allah ik wil niks liever dan tot de oprechten behoren.

Allah ik ben bang in dwaling te verkeren,
Allah bescherm mijn hart om het slechte te begeren.

Allah alleen voor U wil ik nog leven want werkelijk er is niks goeds dat
deze wereld mij kan geven.

Allah de wereld speelt met de mensen, ze doet hun naar het verkeerde streven,
Allah ze vergeten de reden waar we voor leven.

Allah U bent Alwetend, als U weet dat ik zal dwalen in mijn verdere leven en mijn zonden zullen toenemen,
Allah dan vraag ik U voor die tijd, mijn leven te nemen.

# Gepost op dinsdag 29 mei 2007, 12u07